donderdag 18 maart 2010

Contextuele verbijzondering

Kent u die methode? Contextuele verbijzondering, hier verder afgekort tot Cover, is een state-of-the-art methode voor heel geavanceerde informatiemodellering. Cover is sterk gericht op semantische interoperabiliteit en stelt u in staat om zowel verschillen als overeenkomsten in betekenis van informatie ordelijk samenhangend in één informatiemodel onder te brengen.

Interoperabiliteit gaat over de mogelijkheid tot het uitwisselen, en daarmee ook het delen van informatie. Daar hebben wij, mensen, pas iets aan als de betekenis van die informatie helder is. Daarzonder ontstaat in onze moderne en o zo veranderlijke informatiesamenleving gemakkelijk verwarring en irritatie. Wanneer mensen onderling uitgewisselde informatie van dezelfde betekenis voorzien, heten ze semantisch interoperabel. En alleen dan is de uitgewisselde informatie direct bruikbaar en kunnen zij snel en effectief dóórpakken!

Semantische interoperabiliteit is, met andere woorden, een voorwaarde voor helder begrip en, in het kielzog daarvan, vlotte en vruchtbare samenwerking tussen mensen in gevarieerde en variërende verbanden. En dat is van groot belang – al helemaal in concurrerende omgevingen.

Omdat informatie maar al te vaak voor meerdere uitleg (betekenis) vatbaar is, moet altijd helder zijn in welke context die informatie ‘staat’. Alleen dan lost ambiguïteit eenduidig op en valt betekenis op haar vaste plaats. En in hedendaagse dynamiek ontwikkelen die contexten zich recht onder uw en mijn neus! Ze laten zich niet insluiten. Ze laten zich ook niet (zomaar) standaardiseren. Vaak is er alle reden voor verschil in betekenis. Wie als moeder van een pleegkind kan doorgaan, hangt toch ècht af van de specifieke situatie waarin naar dat moederschap wordt gevraagd! Wie dergelijke verschillen probeert te ‘standaardiseren’, draagt bij aan verwarring en brokkenmakerij. Zo gaat het niet goed werken. Hopeloos.

Lettend op betekenis van informatie, wordt onderling menselijke samenwerking niet alleen met standaardisatie maar zeker ook met variatie van betekenis sterk bevorderd. Wie reële verschillen in betekenis erkent, ziet de overeenkomsten scherper en komt tot veel effectievere samenwerkingsverbanden.

En Cover is zo krachtig dat het zowel verschillen (variatie) als ook overeenkomsten (standaardisatie) in betekenis ordelijk samenhangend in één model bij elkaar brengt. Daarbij is Cover nadrukkelijk niet beperkt tot traditionele organisatiegrenzen – die tellen allang niet meer voor informatie. Betekenis van informatie moet juist over organisatiegrenzen heen (ketens, netwerken) betrouwbaar haar beslag krijgen! Ook weet Cover veranderingen soepel te integreren; ze worden via aparte contexten eenvoudigweg aan het bestaande model tóegevoegd.

Daarmee is Cover een state-of-the-art methode; ze beschikt over unieke eigenschappen. Cover is ruimschoots toegerust voor het agile en open modelleren van betekenisvol informatieverkeer met ruimst bereik. En daar zitten we al geruime tijd op te wachten!


Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.

5 opmerkingen:

Paul zei

Deze aandacht voor bewuster en methodischer oppakken van contextuele verbijzondering is zeer welkom. Het is immers steeds minder mogelijk (ook al proberen velen dat nog) om te 'standaardiseren' zonder aandacht voor de fijnmazige betekenis/doel verbijzondering van overeenkomsten, en verschillen... Doelbewust betrekken van de specifieke context, en dan vanuit de aanname dat 'verbijzondering' (altijd) tot contextueel relevant 'inzoomen' leidt, is steeds harder nodig. Ofwel: "agile en open modelleren van betekenisvol informatieverkeer met ruimst bereik".

Jaap van Rees zei

Er wordt mij langzaam iets duidelijk! Wat deze stroming, die voor mij bekent staat als "Civiele Informatiekunde", in mijn termen beoogt is: rationele beschrijving van cultuur. Het lijkt er op dat "context" wordt gebruikt waar ik de term cultuur gebruikt?
Als dat juist is kan ik daaruit twee belangrijke conclusies trekken:
1. Wij zijn het volledig eens over het feit dat het effect van het waarnemen van data door een persoon niet alleen wordt bepaald door die data maar in belangrijke mate door reeds aanwezige bewuste en onbewuste kennis en emoties die de betreffende waarnemer zelf inbrengt.
2. Wij zijn het volledig oneens over de mogelijkheid om die context te rationaliseren.
Conclusie: Het is een veel voorkomende denkfout in de IT dat de data die door persoon A wordt vastgelegd bij een persoon B, die deze data waarneemt het zelfde beeld zal oproepen als persoon A had voor of op het moment van vastleggen. Het idee dat dit wel zou gelden voor de context waarin A de vastlegging pleegde is in principe dezelfde denkfout maar van een hogere orde.

Jaap van Rees zei
Deze reactie is verwijderd door de auteur.
Jan van Til zei

@Jaap:
Mensen zijn, zoals dat zo mooi heet, gemotiveerde wezens. Dat betekent dat ze in tijd en ruimte zo hun motieven hebben om betekenis toe te kennen. En die motieven bepalen situationeel de toekenning van betekenis en zo verder naar bijpassend gedrag. Dat is inherent aan mens-zijn. Hoeveel context je ook bijvoegt, de mens (als ontvanger van een boodschap) kent zelf gemotiveerd betekenis toe en komt vervolgens tot gedrag.
Waar Cover nadrukkelijk op mikt is het zo goed mogelijk overbrengen van de bedoeling (betekenis) van de zender van een boodschap naar de ontvanger(s) ervan. En daarvoor is context het middel bij uitstek. De bedoeling van een boodschap wordt nu eenmaal het beste duidelijk door er voldoende context bij mee te geven. Op die manier wordt de ontvanger optimaal in staat gesteld de bedoeling van de zender af te leiden. Meer kun je niet doen. En, ja, klopt, de ontvanger van de boodschap kan – zelfs dan – gemotiveerd tot andere betekenisgeving annex gedrag komen. Daar is geen kruid (ook Cover niet) tegen gewassen.
In de informatica (IT) maakt men inderdaad veelvuldig de denkfout dat betekenis absoluut is. In de informatiekunde weten we dat dit bij mensen zo niet werkt: betekenis is immers door en door situationeel. En daar moeten we wat mee – en Cover lijkt me een high potential! En, inderdaad, zoals Paul al opmerkte: “Deze aandacht voor bewuster en methodischer oppakken van contextuele verbijzondering is zeer welkom.” Die beide werelden/vakken (informatica en informatiekunde) hebben ondanks kenmerkende verschillen natuurlijk wel alles met elkaar van doen (ze zijn onderling afhankelijk). In mijn column "Zeep verzoent" (februari 2010) probeerde ik de verschillen ertussen bij elkaar te brengen.

Paul zei

Ten aanzien van punt 2. van Jaap lees ik een omgekeerde conclusie van het punt dat gemaakt wordt: ‘de onmogelijkheid om (die) context te rationaliseren’ is, volgens mij, natuurlijk alleen maar vanaf een bepaald ‘punt’ waar. Sterker nog: de karakterisering van de ‘denkfout in de IT’ bevestigt de pogingen (van diezelfde IT) om het punt waarop rationalisering wel degelijk mogelijk is te benutten, en dan concludeert Jaap dat ze daar niet goed in slagen en dat ‘het’ dus nooit kan (althans zo lees ik het). Cover klinkt echter juist als een hulpmiddel om zowel de rationalisering van context beter te doen als om (daardoor tevens) vast te stellen waar rationalisering (dus) niet meer mogelijk is. De mate waarin context gerationaliseerd kan worden is m.i. niet zwart/wit maar is een glijdende schaal, en ik lees Cover als poging om #1 beter resp. meer te kunnen rationaliseren op basis van contextuele verbijzondering en, mede daardoor, #2 duidelijker te maken waar dat niet (meer) kan.
Derhalve: juist punt 1. van Jaap leidde tot Cover waardoor punt 2. van Jaap minder algemeen geldt en aan wetenschappelijk onderbouwde nuancering onderhevig is: Cover helpt mee te bepalen waarop dit punt 2. niet meer, of althans minder, geldt. Dat is de premisse.
Vraag aan Jaap is dan of zijn punt 2. een altijd geldende ‘wet’ is, zoals de formulering nu veronderstelt, of dat Jaap zich kan voorstellen dat de ‘denkfout’ waarover hij spreekt in bepaalde situaties, en met bepaalde hulpmiddelen/methoden, verdwijnt of minder ‘fout’ wordt…