Als één van de kenmerkende eigenschappen van zeep telt het tweeledige karakter van zeepmoleculen. Elk afzonderlijk zeepmolecuul heeft zowel een ‘waterminnende’ zijde als een ‘watervliedende’ zijde. De watervliedende zijde hecht zich gemakkelijk aan vuil; de waterminnende aan water. Op die manier raken vuildeeltjes gemakkelijk ingekapseld door de watervliedende zijde van legertjes zeepmoleculen. En dat nieuwe geheel heeft waterminnende eigenschappen en spoelt daardoor gemakkelijk met water weg. Een krachtig beeld: zeep als verzoener van onverzoenlijk materiegedrag.
Van onze ICT-systemen verwachten wij, mensen, voorspelbaar gedrag. Dat geldt trouwens voor al onze hulpmiddelen. We moeten er, bijvoorbeeld, niet aan denken dat een boormachine zich in onze handen omdraait en ons te lijf gaat. Nee, zo valt er niet mee werken. En dat geldt ook voor onze ICT-systemen. Vooraf gedefinieerde, vaste stimuli met bijbehorende – eveneens vooraf gedefinieerde, vaste responses. Voorspelbaarheid van hulpmiddelgedrag is cruciaal; eigen initiatief maakt een hulpmiddel op voorhand onbetrouwbaar en daarmee onbruikbaar.
Menselijk handelen is niet beperkt tot de stimulus/response die we in onze hulpmiddelen zo enorm waarderen. Mensen zijn gemotiveerde wezens. Hun gedrag vloeit voort uit de situatie van het moment. Een en dezelfde stimulus – opgevat als teken, als informatie – leidt in verschillende situaties bij verschillende mensen tot verschillend gedrag. Observatie van situatie, interpretatie ervan, toekenning van betekenis en vertoon van bijpassend gedrag – het gebeurt allemaal ‘automatisch’ en op het moment zelf. Gedrag is niet vanzelfsprekend voorspelbaar en dat maakt mensen zo uitermate boeiend.
Duidelijk kan zijn dat technologie met de haar zo eigen voorspelbaarheid via vaste en vooraf gedefinieerde stimuli/responses, kwalitatief verschilt van de mens en zijn gemotiveerde gedrag. Maar is dat ook duidelijk? En, zo ja, tot welke conclusies dringt dergelijke duidelijkheid ons dan?
Tragisch is in ieder geval dat overweldigend aanwezige technologie de mens inmiddels ongegeneerd uitnodigt tot reductie. Tot aanpassing van zijn specifiek menselijke vermogens aan de beperkte stimulus/response mogelijkheden van zijn hulpmiddelen.
En dat is helemaal niet nodig! Want zoals zeep twee verschillende werelden met elkaar weet te verzoenen, zo weet een nieuwe, contextuele ordening van informatie menselijk-gevarieerd-gedrag zinvol met machinaal-vast-gedrag te verbinden. Op die manier kunnen machines met hun beperkte – maar o zo gewaardeerde – mogelijkheden mensen met hun veel ruimere gedragsrepertoire toch heel gevarieerd en op maat bedienen met betekenisvolle informatie.
Wat dat is, contextuele ordening van informatie? Informatie hangt samen. Altijd. Door die onderlinge samenhang nu stelselmatig te expliciteren, krijgen we voor elk afzonderlijk brokje informatie zicht op het verband – de context – waarin dat brokje informatie van moment tot moment (be)staat. En die afzonderlijke, vaste, brokjes informatie laten zich op die manier – dankzij expliciet verband – door de tijd heen eindeloos gevarieerd combineren tot betekenisvolle informatie.
En dat is nu precies waar we met zijn allen om zitten te springen! Betekenisvolle informatie – anytime, anywhere en anywhy. ‘Zeep’ verzoent. En dat geeft ons, mensen, weer alle informatieruimte.
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
maandag 15 februari 2010
vrijdag 5 februari 2010
Nieuw regulerend beginsel: betekenis
In grote delen van de ons omringende wereld staan goederen (materie) en transport/transformatie van goederen (energie) niet meer in het brandpunt van economische belangstelling. En dat is niet omdat we inmiddels zonder materie kunnen. Ook niet omdat we zonder de energie kunnen om die materie te verplaatsen en/of te transformeren. Nee, er is iets anders dat die centrale en ook regulerende rol heeft overgenomen: informatie. Op basis van informatie sturen we, bijvoorbeeld, een vloot aan enorme schepen/vliegtuigen met een scala aan goederen ten behoeve van een waaier aan belanghebbenden kriskras de wereld over.
Materie-economie transformeert via energie-economie in informatie-economie. En als gevolg van stormachtige en aanhoudende ontwikkelingen in ICT, is inmiddels een heuse informatiemaatschappij ontstaan. Een maatschappij waarin aan informatie geen enkel gebrek is en waarin zich steeds vaker en ook steeds indringender de vraag naar betekenis, naar waarde en zin van die veelheid aan informatie aan ons opdringt. In onze omvangrijke informatiehuishoudingen wordt eenduidige betekenis een schaars ‘goed’ en promoveert daardoor van middel tot doel. Een nieuw regulerend beginsel dient zich aan!
Het is tijdens deze vooravond, een vooravond van een omslag in denken tot nieuw handelen, dat de behoefte aan een nieuw regulerend beginsel zich manifesteert: betekenis. Want op basis van betekenis selecteren we de informatie van waarde, komen we tot zinvol gedrag en sturen we goederen enzovoort kriskras de wereld over.
Met betekenis als nieuw regulerend beginsel zijn we in staat om onze informatiehuishoudingen op nieuwe en hogere orde te brengen en hedendaagse vraagstukken en problemen structureel op te lossen. Het huidige regulerend beginsel, informatie, blijkt daarvoor niet langer bruikbaar.
Vanuit een (natuur-)wetenschappelijk perspectief bekeken, is de beweging materie – energie – informatie – waarde/zin/betekenis er één van toenemende complexiteit. Dat is niet anders; we moeten dóór! Wie echter met antropologische ogen kijkt – vanuit gebruiksperspectief, zeg ook maar, ziet daarin een belangrijke toewending naar de kern van de zaak zelf. Waarde/zin/betekenis is immers allesbepalend voor welke informatie we als mensen gebruiken om beschikbare energie effectief aan te wenden teneinde materie naar onze hand te zetten.
In de toenemende dynamiek en diversiteit van onze moderne bedrijvigheid en informatiesamenleving is er maar weinig dat nog lang hetzelfde blijft. Eigenlijk is alles continue in beweging. Situaties wisselen elkaar steeds sneller af waarbij tegelijkertijd en vanuit wisselende disciplines en belangengroepen, elk vanuit eigen invalshoek, invloed wordt uitgeoefend. Dee Hock, de oprichter van VISA USA/International, benoemde dat verschijnsel al in 1970 als de “compression of time and events”. En het is vanwege deze verder en verder voortschrijdende compressie dat betekenis van informatie zo overduidelijk ‘vloeibaar’ wordt en aanwijsbaar wisselt met de situatie waarin die informatie zich aan ons, mensen, voordoet.
Het wordt tijd, hoog tijd, dat we onze informatiesystemen ‘upgraden’ naar nieuw regulerend beginsel: betekenis. Betekenis van informatie is niet langer absoluut te vatten, maar manifesteert zich als door en door situationeel. En de manier waarop we onze informatie ordenen tot situationele betekenis moet daarop nauwkeurig aansluiten.
Dat is een opgave die meer dan de moeite waard is. Erkenning van betekenis als regulerend beginsel van informatie geeft de dóórgaande ontwikkeling van maatschappij en bedrijfsleven een enorme boost en brengt ons wezenlijk grotere leef- en werkruimte voor het boeken van nieuwe en grotere successen.
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Materie-economie transformeert via energie-economie in informatie-economie. En als gevolg van stormachtige en aanhoudende ontwikkelingen in ICT, is inmiddels een heuse informatiemaatschappij ontstaan. Een maatschappij waarin aan informatie geen enkel gebrek is en waarin zich steeds vaker en ook steeds indringender de vraag naar betekenis, naar waarde en zin van die veelheid aan informatie aan ons opdringt. In onze omvangrijke informatiehuishoudingen wordt eenduidige betekenis een schaars ‘goed’ en promoveert daardoor van middel tot doel. Een nieuw regulerend beginsel dient zich aan!
Het is tijdens deze vooravond, een vooravond van een omslag in denken tot nieuw handelen, dat de behoefte aan een nieuw regulerend beginsel zich manifesteert: betekenis. Want op basis van betekenis selecteren we de informatie van waarde, komen we tot zinvol gedrag en sturen we goederen enzovoort kriskras de wereld over.
Met betekenis als nieuw regulerend beginsel zijn we in staat om onze informatiehuishoudingen op nieuwe en hogere orde te brengen en hedendaagse vraagstukken en problemen structureel op te lossen. Het huidige regulerend beginsel, informatie, blijkt daarvoor niet langer bruikbaar.
Vanuit een (natuur-)wetenschappelijk perspectief bekeken, is de beweging materie – energie – informatie – waarde/zin/betekenis er één van toenemende complexiteit. Dat is niet anders; we moeten dóór! Wie echter met antropologische ogen kijkt – vanuit gebruiksperspectief, zeg ook maar, ziet daarin een belangrijke toewending naar de kern van de zaak zelf. Waarde/zin/betekenis is immers allesbepalend voor welke informatie we als mensen gebruiken om beschikbare energie effectief aan te wenden teneinde materie naar onze hand te zetten.
In de toenemende dynamiek en diversiteit van onze moderne bedrijvigheid en informatiesamenleving is er maar weinig dat nog lang hetzelfde blijft. Eigenlijk is alles continue in beweging. Situaties wisselen elkaar steeds sneller af waarbij tegelijkertijd en vanuit wisselende disciplines en belangengroepen, elk vanuit eigen invalshoek, invloed wordt uitgeoefend. Dee Hock, de oprichter van VISA USA/International, benoemde dat verschijnsel al in 1970 als de “compression of time and events”. En het is vanwege deze verder en verder voortschrijdende compressie dat betekenis van informatie zo overduidelijk ‘vloeibaar’ wordt en aanwijsbaar wisselt met de situatie waarin die informatie zich aan ons, mensen, voordoet.
Het wordt tijd, hoog tijd, dat we onze informatiesystemen ‘upgraden’ naar nieuw regulerend beginsel: betekenis. Betekenis van informatie is niet langer absoluut te vatten, maar manifesteert zich als door en door situationeel. En de manier waarop we onze informatie ordenen tot situationele betekenis moet daarop nauwkeurig aansluiten.
Dat is een opgave die meer dan de moeite waard is. Erkenning van betekenis als regulerend beginsel van informatie geeft de dóórgaande ontwikkeling van maatschappij en bedrijfsleven een enorme boost en brengt ons wezenlijk grotere leef- en werkruimte voor het boeken van nieuwe en grotere successen.
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
zondag 24 januari 2010
Xamenhang
Veel mensen letten primair op, zeg maar even, de afzonderlijke, de losse dingen om hen heen. Onderlinge samenhang, zo bevestigen zij vrijwel zonder uitzondering, is zeker ook van belang – maar staat niet voorop. Althans, niet bewust. Zij zien en beleven de wereld eerst en vooral als een ‘ding-ige’ wereld. En daarin zijn het de losse dingen die het steevaste vertrekpunt vormen voor handelen, spreken en denken.
En zolang al die ‘losse’ dingen ten opzichte van elkaar maar hun (stee)vaste plek blijven innemen, gaat dat ook goed. De samenhang is dan immers – zij het impliciet – geborgd.
Maar de wereld zoals wij die vandaag de dag kennen, is allesbehalve vast. Veel is simultaan in beweging en verandering. En voordat de ene verandering is uitgewerkt en de effecten ervan voldoende bekend en begrepen, manifesteert zich de volgende alweer. Dynamiek neemt hand over hand toe. Inderdaad, we leven in een uiterst boeiende tijd!
Tegelijk is het op die manier dat al die losse dingen om ons heen hun oude en vertrouwde vaste plaats verliezen. En dat zorgt voor verwarring; samenhang is steeds vaker ver te zoeken. We weten dan eigenlijk niet meer wat we ‘er’ (nog) aan hebben of wat we ‘er’ precies mee moeten. En als verwarring zich na enige tijd begint op te lossen, (b)lijkt de wereld opnieuw… veranderd.
De vaste en voorspelbare, weliswaar impliciete, samenhang van weleer… die is (bijna) niet meer. Anders geformuleerd: de oude en vertrouwde wereld van weleer… die is (bijna) niet meer. En het lijkt er sterk op dat we de grip (op die oude wereld) aan het verliezen zijn. Dat kan natuurlijk ook niet anders: die wereld is immers aan het verdwijnen. En toch… toch doen we ondertussen verwoede pogingen om verloren grip op oude wereld te herstellen.
Een hopeloze onderneming.
Want het aanvankelijk schoorvoetende, maar nu uiterst dominante hulpmiddel ICT, heeft een geweldige en ook radicale ontwikkeling in gang gezet. Een ontwikkeling die onze hedendaagse leefwereld kwalitatief veranderde en verder verandert. En als we Einstein mogen geloven, kunnen we de problemen waarmee we nu worden geconfronteerd niet oplossen met het denken en doen waaruit ze zijn voortgekomen.
We moeten, met andere woorden, een denksprong (door)maken om te kunnen zien dat we de verloren grip op een andere, volstrekt nieuwe manier moeten herwinnen. Hoe? We moeten de grotendeels impliciet gebleven samenhang – toen nog vast en zeker, maar inmiddels veranderlijk en voortdurend in beweging – eXpliciteren.
We hebben onze ICT-systemen ontworpen en geconstrueerd op basis van losse dingen in een toen nog vanzelfsprekend vaste samenhang. En die samenhang hebben we niet mee-ontworpen en ook niet mee-geconstrueerd. Die samenhang is in onze ICT-systemen dan ook… impliciet gebleven.
Dergelijke systemen verliezen hun bruikbaarheid als de werkelijkheid waarop ze zijn afgestemd haar oorspronkelijke samenhang verliest en met alsmaar toenemende dynamiek als het ware vloeibaar wordt. Het (ingrijpend) verbouwen van zulke systemen geeft weliswaar even lucht en verlichting, maar zet geen structurele zoden aan de dijk. Nee, dat loopt vroeger of later (in de praktijk: steeds vroeger) vast. Muurvast. Dat loopt steeds sneller uit op algehele redesign en/of nieuwbouw.
Onontkoombaar.
Wie werkelijk weer greep wil krijgen op de situatie, moet andere potjes op het vuur zetten. De inmiddels veranderlijke, maar nog steeds impliciete samenhang moet in onze systemen expliciet haar vaste plaats krijgen. Dat wat ooit vast was (en daardoor impliciet kon blijven)… is vandaag los en veranderlijk geworden. We moeten op zoek naar nieuwe vastigheid. Expliciet gemaakte samenhang – hoe dynamisch van aard ook – vormt die nieuwe vaste grond onder onze voeten.
Er is één probleem. Wie gaat het ons uitleggen?
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
En zolang al die ‘losse’ dingen ten opzichte van elkaar maar hun (stee)vaste plek blijven innemen, gaat dat ook goed. De samenhang is dan immers – zij het impliciet – geborgd.
Maar de wereld zoals wij die vandaag de dag kennen, is allesbehalve vast. Veel is simultaan in beweging en verandering. En voordat de ene verandering is uitgewerkt en de effecten ervan voldoende bekend en begrepen, manifesteert zich de volgende alweer. Dynamiek neemt hand over hand toe. Inderdaad, we leven in een uiterst boeiende tijd!
Tegelijk is het op die manier dat al die losse dingen om ons heen hun oude en vertrouwde vaste plaats verliezen. En dat zorgt voor verwarring; samenhang is steeds vaker ver te zoeken. We weten dan eigenlijk niet meer wat we ‘er’ (nog) aan hebben of wat we ‘er’ precies mee moeten. En als verwarring zich na enige tijd begint op te lossen, (b)lijkt de wereld opnieuw… veranderd.
De vaste en voorspelbare, weliswaar impliciete, samenhang van weleer… die is (bijna) niet meer. Anders geformuleerd: de oude en vertrouwde wereld van weleer… die is (bijna) niet meer. En het lijkt er sterk op dat we de grip (op die oude wereld) aan het verliezen zijn. Dat kan natuurlijk ook niet anders: die wereld is immers aan het verdwijnen. En toch… toch doen we ondertussen verwoede pogingen om verloren grip op oude wereld te herstellen.
Een hopeloze onderneming.
Want het aanvankelijk schoorvoetende, maar nu uiterst dominante hulpmiddel ICT, heeft een geweldige en ook radicale ontwikkeling in gang gezet. Een ontwikkeling die onze hedendaagse leefwereld kwalitatief veranderde en verder verandert. En als we Einstein mogen geloven, kunnen we de problemen waarmee we nu worden geconfronteerd niet oplossen met het denken en doen waaruit ze zijn voortgekomen.
We moeten, met andere woorden, een denksprong (door)maken om te kunnen zien dat we de verloren grip op een andere, volstrekt nieuwe manier moeten herwinnen. Hoe? We moeten de grotendeels impliciet gebleven samenhang – toen nog vast en zeker, maar inmiddels veranderlijk en voortdurend in beweging – eXpliciteren.
We hebben onze ICT-systemen ontworpen en geconstrueerd op basis van losse dingen in een toen nog vanzelfsprekend vaste samenhang. En die samenhang hebben we niet mee-ontworpen en ook niet mee-geconstrueerd. Die samenhang is in onze ICT-systemen dan ook… impliciet gebleven.
Dergelijke systemen verliezen hun bruikbaarheid als de werkelijkheid waarop ze zijn afgestemd haar oorspronkelijke samenhang verliest en met alsmaar toenemende dynamiek als het ware vloeibaar wordt. Het (ingrijpend) verbouwen van zulke systemen geeft weliswaar even lucht en verlichting, maar zet geen structurele zoden aan de dijk. Nee, dat loopt vroeger of later (in de praktijk: steeds vroeger) vast. Muurvast. Dat loopt steeds sneller uit op algehele redesign en/of nieuwbouw.
Onontkoombaar.
Wie werkelijk weer greep wil krijgen op de situatie, moet andere potjes op het vuur zetten. De inmiddels veranderlijke, maar nog steeds impliciete samenhang moet in onze systemen expliciet haar vaste plaats krijgen. Dat wat ooit vast was (en daardoor impliciet kon blijven)… is vandaag los en veranderlijk geworden. We moeten op zoek naar nieuwe vastigheid. Expliciet gemaakte samenhang – hoe dynamisch van aard ook – vormt die nieuwe vaste grond onder onze voeten.
Er is één probleem. Wie gaat het ons uitleggen?
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
woensdag 6 januari 2010
One size... fits all... (2)
Wie was het ook nog maar weer die dwars door zijn rijk tal van zogenaamde heirwegen aanlegde? Inderdaad, wie zijn troepen snel(ler), gemakkelijk(er) enzovoort over grote afstanden wil kunnen verplaatsen, heeft daar adequate voorzieningen voor nodig. Met visie zie je ze in je hoofd verschijnen. Met macht/geld zie je ze werkelijkheid worden. Bijkomstig (?) voordeel was dat iedereen er gebruik van kon maken – als men maar aan de kant ging als een deel van het heir passeerde (de verkeersregels, zeg maar). Vandaag de dag zijn karren, paarden, ruiters, pleisterplaatsen, smederijen enzovoort natuurlijk vervangen door modernere varianten, maar het basisidee staat nog steeds – zij het dat er nu gelukkig sprake is van evenwichtiger toegang.
Wie, bijvoorbeeld, naar Chipper/Chipknip (terug)kijkt, ziet eigenlijk hetzelfde gebeuren. Alleen… zijn er vandaag de dag veel meer (kleinere?) machthebbers die, in hevige onderlinge (wed)strijd verwikkeld, allemaal hun eigen heirwegen aanleggen. Dus zeg maar gescheiden fysieke verkeersinfrastructuren voor ambtenaren en burgers of voor vrachtwagens en personenauto’s.
Tussendoor: In onze inmiddels ingesleten ideeën over struggle for life, survival of the fittest en het wantrouwen wat daarmee hand in hand gaat, wordt strijd vaak als een onmisbaar element gepresenteerd. Daar hebben we allerhande jargon voor ontwikkeld: vrije marktwerking, (moordende) concurrentie enzovoort. Vrijwel niemand vraagt zich af of er wellicht ook terreinen zijn van, zeg maar even, Algemeen Belang. Dat zijn terreinen waarop we onszelf momenteel vaak suf concurreren, maar waar die concurrentie/strijd eigenlijk alleen maar handen vol (belasting)geld kost, schade toebrengt, frustratie oplevert en waar meerwaarde voor wie of wat dan ook ver te zoeken is. In termen van strijd zouden dergelijke terreinen tot een soort van gedemilitariseerde zones moeten worden omgebouwd. No combat zones die in het algemeen belang van alle belanghebbenden geheel nieuwe vormen van samenwerking, kostenbesparing enzovoort mogelijk maken. De ‘oude’ strijd raakt dan op een geheel andere leest geschoeid en met fonkelnieuw karakter voortgezet.
Niet dat de Chipper fout was en de Chipknip goed of andersom, maar het heeft gewoon geen maatschappelijk nut, geen maatschappelijke (meer)waarde om twee of meer van dat soort systemen te hebben. En één van de twee… verdween uiteindelijk.
Kijk naar de ‘nieuwe’ OV-chipcard. Daar waar iedereen al sinds jaar en dag met een bankpas inclusief chip rondloopt… komt er ‘gewoon’ weer een pas bij om over een paar jaar weer net zo hard te verdwijnen.
Door te herkaderen en te zoeken naar terreinen van algemeen belang, naar terreinen waarop onderlinge concurrentie/strijd geen waarde (meer) heeft, komen we op enkelvoudige infrastructurele oplossingen (one size…) waarmee tal van gebruikers op tal van manieren op tal van momenten tal van concurrerende activiteiten kunnen ontplooien (fits all…).
Voor onze enkelvoudige fysieke verkeersinfrastructuur (one size…) is het voor iedereen volstrekt helder dat er legio verschillende gebruiksmogelijkheden zijn voor legio verschillende mensen met legio verschillende doelen (fits all…). En er is niemand die dergelijke gevarieerde en variërende mogelijkheden nog wil missen.
Precies hetzelfde geldt voor de enkelvoudige digitale infrastructuur voor de verplaatsing van bits en bytes – het tegenwoordige Internet, zeg maar even. Met de ‘schier’ onbegrensde mogelijkheden ervan creëerden we een hoeveelheid data (doublures, inconsistent, …) die het voorstellingsvermogen van ieder van ons ver te boven gaat. We komen er (haast) in om! En ook dat leverde weer tal van nieuwe woorden op: keuzestress, informatie overload enzovoort.
Mede daardoor verschuift nu de behoefte aan alomtegenwoordige beschikbaarheid van data naar alomtegenwoordige beschikbaarheid van eenduidige betekenis van informatie. Dit om greep te krijgen op de alomtegenwoordige en al maar verder om zich heen grijpende verwarring en inconsistentie. En dat vereist opnieuw infrastructurele voorzieningen, maar nu op het vlak van heldere, eenduidige betekenis van informatie: noem het maar infrastructuur voor informatieverkeer. Dat komt, kort door de bocht, neer op een andere organisatie van onze informatie: organisatie tot eenduidige betekenis ervan.
En dat is nu misschien even reuze lastig om te vatten, maar over een jaar of wat wil niemand dat meer missen. Er is dan enkelvoudige infrastructurele informatie dat ons aller algemeen belang dient (one size…) met daarnaast lokaal bijzondere informatie; apart voor elke afzonderlijke deelnemer aan informatieverkeer om zich er naar believen en in concurrentie mee te onderscheiden (fits all…).
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Wie, bijvoorbeeld, naar Chipper/Chipknip (terug)kijkt, ziet eigenlijk hetzelfde gebeuren. Alleen… zijn er vandaag de dag veel meer (kleinere?) machthebbers die, in hevige onderlinge (wed)strijd verwikkeld, allemaal hun eigen heirwegen aanleggen. Dus zeg maar gescheiden fysieke verkeersinfrastructuren voor ambtenaren en burgers of voor vrachtwagens en personenauto’s.
Tussendoor: In onze inmiddels ingesleten ideeën over struggle for life, survival of the fittest en het wantrouwen wat daarmee hand in hand gaat, wordt strijd vaak als een onmisbaar element gepresenteerd. Daar hebben we allerhande jargon voor ontwikkeld: vrije marktwerking, (moordende) concurrentie enzovoort. Vrijwel niemand vraagt zich af of er wellicht ook terreinen zijn van, zeg maar even, Algemeen Belang. Dat zijn terreinen waarop we onszelf momenteel vaak suf concurreren, maar waar die concurrentie/strijd eigenlijk alleen maar handen vol (belasting)geld kost, schade toebrengt, frustratie oplevert en waar meerwaarde voor wie of wat dan ook ver te zoeken is. In termen van strijd zouden dergelijke terreinen tot een soort van gedemilitariseerde zones moeten worden omgebouwd. No combat zones die in het algemeen belang van alle belanghebbenden geheel nieuwe vormen van samenwerking, kostenbesparing enzovoort mogelijk maken. De ‘oude’ strijd raakt dan op een geheel andere leest geschoeid en met fonkelnieuw karakter voortgezet.
Niet dat de Chipper fout was en de Chipknip goed of andersom, maar het heeft gewoon geen maatschappelijk nut, geen maatschappelijke (meer)waarde om twee of meer van dat soort systemen te hebben. En één van de twee… verdween uiteindelijk.
Kijk naar de ‘nieuwe’ OV-chipcard. Daar waar iedereen al sinds jaar en dag met een bankpas inclusief chip rondloopt… komt er ‘gewoon’ weer een pas bij om over een paar jaar weer net zo hard te verdwijnen.
Door te herkaderen en te zoeken naar terreinen van algemeen belang, naar terreinen waarop onderlinge concurrentie/strijd geen waarde (meer) heeft, komen we op enkelvoudige infrastructurele oplossingen (one size…) waarmee tal van gebruikers op tal van manieren op tal van momenten tal van concurrerende activiteiten kunnen ontplooien (fits all…).
Voor onze enkelvoudige fysieke verkeersinfrastructuur (one size…) is het voor iedereen volstrekt helder dat er legio verschillende gebruiksmogelijkheden zijn voor legio verschillende mensen met legio verschillende doelen (fits all…). En er is niemand die dergelijke gevarieerde en variërende mogelijkheden nog wil missen.
Precies hetzelfde geldt voor de enkelvoudige digitale infrastructuur voor de verplaatsing van bits en bytes – het tegenwoordige Internet, zeg maar even. Met de ‘schier’ onbegrensde mogelijkheden ervan creëerden we een hoeveelheid data (doublures, inconsistent, …) die het voorstellingsvermogen van ieder van ons ver te boven gaat. We komen er (haast) in om! En ook dat leverde weer tal van nieuwe woorden op: keuzestress, informatie overload enzovoort.
Mede daardoor verschuift nu de behoefte aan alomtegenwoordige beschikbaarheid van data naar alomtegenwoordige beschikbaarheid van eenduidige betekenis van informatie. Dit om greep te krijgen op de alomtegenwoordige en al maar verder om zich heen grijpende verwarring en inconsistentie. En dat vereist opnieuw infrastructurele voorzieningen, maar nu op het vlak van heldere, eenduidige betekenis van informatie: noem het maar infrastructuur voor informatieverkeer. Dat komt, kort door de bocht, neer op een andere organisatie van onze informatie: organisatie tot eenduidige betekenis ervan.
En dat is nu misschien even reuze lastig om te vatten, maar over een jaar of wat wil niemand dat meer missen. Er is dan enkelvoudige infrastructurele informatie dat ons aller algemeen belang dient (one size…) met daarnaast lokaal bijzondere informatie; apart voor elke afzonderlijke deelnemer aan informatieverkeer om zich er naar believen en in concurrentie mee te onderscheiden (fits all…).
Copyright (c) 2010 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
woensdag 23 december 2009
One size fits all
Standaardiseren is in. Over het onderwerp verschenen in de afgelopen jaren vele boeken en artikelen. Ook kwamen tal van standaarden voor projectbeheersing, architectuur, ontwerpen, bouwen, beheren, onderhouden en gebruiken van allerhande informatievoorzieningen beschikbaar. Van standaardiseren gaat de krachtige suggestie uit dat flinke verbeteringen als vanzelf volgen. Als een soort wetmatigheid, zeg ook maar. Standaardiseer en er ontstaat uniformiteit en daarmee helderheid voor iedereen. Standaardiseer en de kwaliteit van de dienstverlening stijgt. Standaardiseer en de kosten van de bedrijfsvoering dalen. One size fits all!
Het standaardisatie-denken kreeg stevig voet aan de grond. Toch blijken veel van de verbeteringen die ons met standaardisatie in het vooruitzicht worden gesteld meer dan eens klein(er) uit te vallen dan op basis van ‘de theorie’ mag worden verwacht.
Nu laten we ons natuurlijk niet zomaar uit het veld slaan. Vaak houden we vast aan eenmaal ingeslagen richting, waarbij we verder werken met aanvullende ideeën en extra energie. Een (geheel) andere benadering is dat we ons realiseren dat we mogelijk iets belangrijks, iets fundamenteels over het hoofd zien: misschien schort er iets aan onze (modelmatige) kijk op zo weerbarstig dynamische werkelijkheid. In het laatste geval verbreden we onze horizon en plaatsen ‘de zaak’ in een ruimere context om nieuwe en wellicht emergente eigenschappen op het spoor te komen.
Wie wil er nu eenheidsworst? Wie wil er nu standaard zijn? Standaard werken, denken, doen enzovoort? U? U staat niet te dringen? Natuurlijk ziet u nut en belang van standaardisatie! Maar een standaard, zo maken we ons er maar een beetje gemakkelijk van af – een standaard is eigenlijk eerst en vooral iets voor anderen om zich aan te houden. Toch?
Wij mensen, wij streven voortdurend en onafgebroken naar diversiteit, eigenheid en verandering. Dat doen we weliswaar vanuit een bepaalde mate van uniformiteit – vaste basis, grond onder de voeten, traditie enzovoort, maar dat is niet de centrale, funderende beweging. Het voortdurende streven naar diversiteit etc. is voor ons, mensen, de vaste constante. En tegen de tijd dat de diversiteit ons uit handen loopt en daarmee voldoende uniformiteit (opnieuw) te ver te zoeken is…, ontstaat er weer ruimte voor een nieuwe uniformiteit. Niet eerder. En daarna, vanuit die nieuw gevonden uniformiteit, ‘stroomt’ het streven naar diversiteit en variëteit weer gewoon zijn eigen dagelijkse gangetje. Slaat u Gilles Deleuze en Ilya Prigogine er (nog) maar eens op na.
Wie het over standaardiseren heeft, heeft het over het inleveren van bewegingsruimte, het inleveren van vrijheden. Dat hoort niet goed. Dat voelt niet goed. Standaardiseren lukt alleen wanneer de ingeleverde vrijheden niet of nauwelijks worden gewaardeerd of wanneer daar andere, hoger gewaardeerde vrijheden voor in de plaats komen.
Centrale vragen bij standaardiseren horen dus te zijn: welke bestaande vrijheden moeten mensen ervoor inleveren, welke nieuwe vrijheden komen daar voor in de plaats en hoe verhouden zich hun onderlinge waarden. Geslaagde standaardisaties kennen steevast een positieve balans.
Standaardiseren op water uit infrastructurele kraan, levert veel gemak ten opzichte van het putten van water uit eigen bron. Standaardiseren op energie (gas, elektriciteit) uit infrastructurele kraan/stopcontact, levert veel gemak ten opzichte van het sprokkelen van hout of gedoe met stookolie enzovoort. Onze wereldwijde mobiliteit, die we te danken hebben aan vergaande standaardisatie op verkeersinfrastructuur, willen we voor geen goud meer kwijt. One size fits all.
Wat standaardisatie op betekenis-van-informatie betreft, hebben we nog een lange weg te gaan. De behoefte aan heldere, eenduidige betekenis neemt hand over hand toe en overstijgt al jaren de schaal van de enkele afdeling via complete organisatie tot en met nationale staat.
Toch ontwikkelden we nog geen infrastructurele voorzieningen voor heldere en eenduidige betekenis van informatie. Vrijwel iedereen hecht nog zeer veel waarde aan informatie in eigen bezit en aan informatieverkeer op het eigen erf. De enorme nadelen – duplicatie, inconsistentie, (imago)schade, verwarring, hoge kosten enzovoort – die met een dergelijke denk- en werkwijze zo nauw zijn verbonden, worden nog altijd voor lief genomen.
Het wachten is op het moment dat de effecten van de vele nadelen ons voldoende ver uit handen zijn gelopen. Pas dan, niet eerder, ontstaat er ruimte voor nieuwe uniformiteit: voor standaardisatie op betekenis van informatie. En op basis van die nieuw gevormde uniformiteit krijgt het streven naar diversiteit en variëteit weer alle ruimte – ja, vleugels zelfs!
Zover is het nu nog niet. Momenteel weten we de meerwaarde van infrastructurele voorzieningen voor heldere, eenduidige betekenis van informatie nog niet in goede verhouding te brengen tot de ons vertrouwde waarden – inclusief de daarmee zo nauw verbonden nadelen. De in te ruilen vrijheden en daarmee samenhangende nadelen laten ons in dubio. De nieuw te verwerven vrijheden ontbreekt het tegelijkertijd nog aan voldoende krediet.
En zolang de balans nog doorslaat ten faveure van gevestigde orde… zolang komen we niet verder dan slechts haperend begin van one size fits all within a department – within at most a single organisation. Zolang komen we zeker nog niet tot infrastructurele voorzieningen voor heldere, eenduidige betekenis van informatie ten behoeve van een netwerk aan individuele personen, afdelingen, organisaties, nationale staten enzovoort.
One size fits het hele netwerk aan informatisch nauw en betekenisvol verbonden individuele personen en personenverbanden. Heldere, eenduidige betekenis van informatie; any time en any place en just in time geproduceerd middels infrastructurele voorzieningen ten behoeve van any body volgens het krachtige principe van doelbinding. One size fits all! Ik kan haast niet langer wachten. Zou het nog lang duren?
Copyright (c) 2009 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Het standaardisatie-denken kreeg stevig voet aan de grond. Toch blijken veel van de verbeteringen die ons met standaardisatie in het vooruitzicht worden gesteld meer dan eens klein(er) uit te vallen dan op basis van ‘de theorie’ mag worden verwacht.
Nu laten we ons natuurlijk niet zomaar uit het veld slaan. Vaak houden we vast aan eenmaal ingeslagen richting, waarbij we verder werken met aanvullende ideeën en extra energie. Een (geheel) andere benadering is dat we ons realiseren dat we mogelijk iets belangrijks, iets fundamenteels over het hoofd zien: misschien schort er iets aan onze (modelmatige) kijk op zo weerbarstig dynamische werkelijkheid. In het laatste geval verbreden we onze horizon en plaatsen ‘de zaak’ in een ruimere context om nieuwe en wellicht emergente eigenschappen op het spoor te komen.
Wie wil er nu eenheidsworst? Wie wil er nu standaard zijn? Standaard werken, denken, doen enzovoort? U? U staat niet te dringen? Natuurlijk ziet u nut en belang van standaardisatie! Maar een standaard, zo maken we ons er maar een beetje gemakkelijk van af – een standaard is eigenlijk eerst en vooral iets voor anderen om zich aan te houden. Toch?
Wij mensen, wij streven voortdurend en onafgebroken naar diversiteit, eigenheid en verandering. Dat doen we weliswaar vanuit een bepaalde mate van uniformiteit – vaste basis, grond onder de voeten, traditie enzovoort, maar dat is niet de centrale, funderende beweging. Het voortdurende streven naar diversiteit etc. is voor ons, mensen, de vaste constante. En tegen de tijd dat de diversiteit ons uit handen loopt en daarmee voldoende uniformiteit (opnieuw) te ver te zoeken is…, ontstaat er weer ruimte voor een nieuwe uniformiteit. Niet eerder. En daarna, vanuit die nieuw gevonden uniformiteit, ‘stroomt’ het streven naar diversiteit en variëteit weer gewoon zijn eigen dagelijkse gangetje. Slaat u Gilles Deleuze en Ilya Prigogine er (nog) maar eens op na.
Wie het over standaardiseren heeft, heeft het over het inleveren van bewegingsruimte, het inleveren van vrijheden. Dat hoort niet goed. Dat voelt niet goed. Standaardiseren lukt alleen wanneer de ingeleverde vrijheden niet of nauwelijks worden gewaardeerd of wanneer daar andere, hoger gewaardeerde vrijheden voor in de plaats komen.
Centrale vragen bij standaardiseren horen dus te zijn: welke bestaande vrijheden moeten mensen ervoor inleveren, welke nieuwe vrijheden komen daar voor in de plaats en hoe verhouden zich hun onderlinge waarden. Geslaagde standaardisaties kennen steevast een positieve balans.
Standaardiseren op water uit infrastructurele kraan, levert veel gemak ten opzichte van het putten van water uit eigen bron. Standaardiseren op energie (gas, elektriciteit) uit infrastructurele kraan/stopcontact, levert veel gemak ten opzichte van het sprokkelen van hout of gedoe met stookolie enzovoort. Onze wereldwijde mobiliteit, die we te danken hebben aan vergaande standaardisatie op verkeersinfrastructuur, willen we voor geen goud meer kwijt. One size fits all.
Wat standaardisatie op betekenis-van-informatie betreft, hebben we nog een lange weg te gaan. De behoefte aan heldere, eenduidige betekenis neemt hand over hand toe en overstijgt al jaren de schaal van de enkele afdeling via complete organisatie tot en met nationale staat.
Toch ontwikkelden we nog geen infrastructurele voorzieningen voor heldere en eenduidige betekenis van informatie. Vrijwel iedereen hecht nog zeer veel waarde aan informatie in eigen bezit en aan informatieverkeer op het eigen erf. De enorme nadelen – duplicatie, inconsistentie, (imago)schade, verwarring, hoge kosten enzovoort – die met een dergelijke denk- en werkwijze zo nauw zijn verbonden, worden nog altijd voor lief genomen.
Het wachten is op het moment dat de effecten van de vele nadelen ons voldoende ver uit handen zijn gelopen. Pas dan, niet eerder, ontstaat er ruimte voor nieuwe uniformiteit: voor standaardisatie op betekenis van informatie. En op basis van die nieuw gevormde uniformiteit krijgt het streven naar diversiteit en variëteit weer alle ruimte – ja, vleugels zelfs!
Zover is het nu nog niet. Momenteel weten we de meerwaarde van infrastructurele voorzieningen voor heldere, eenduidige betekenis van informatie nog niet in goede verhouding te brengen tot de ons vertrouwde waarden – inclusief de daarmee zo nauw verbonden nadelen. De in te ruilen vrijheden en daarmee samenhangende nadelen laten ons in dubio. De nieuw te verwerven vrijheden ontbreekt het tegelijkertijd nog aan voldoende krediet.
En zolang de balans nog doorslaat ten faveure van gevestigde orde… zolang komen we niet verder dan slechts haperend begin van one size fits all within a department – within at most a single organisation. Zolang komen we zeker nog niet tot infrastructurele voorzieningen voor heldere, eenduidige betekenis van informatie ten behoeve van een netwerk aan individuele personen, afdelingen, organisaties, nationale staten enzovoort.
One size fits het hele netwerk aan informatisch nauw en betekenisvol verbonden individuele personen en personenverbanden. Heldere, eenduidige betekenis van informatie; any time en any place en just in time geproduceerd middels infrastructurele voorzieningen ten behoeve van any body volgens het krachtige principe van doelbinding. One size fits all! Ik kan haast niet langer wachten. Zou het nog lang duren?
Copyright (c) 2009 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Abonneren op:
Posts (Atom)