vrijdag 1 juni 2012

Architectuurprincipes – contradictio in terminis?

Architectuur en principe – twee woorden die ons veilig, vertrouwd enzovoort in de oren klinken. Gecombineerd – ter versterking van het effect: architectuurprincipe. Daar valt toch niets tegen in te brengen? Toch blijkt de omgang ermee maar wat lastig te zijn – getuige de veelheid aan artikelen, blogs enzovoort die nog altijd over het onderwerp verschijnen. Hoe gaan we er in de dagelijkse praktijk mee om? Het lijkt vaak veel weg te hebben van een onbevredigende Zoektocht en een Worsteling.

In deze bijdrage laat ik Pieter Wisse aan het woord; een bijdrage uit een Àndere hoek. De tekst is van A […] Z overgenomen uit zijn artikel Architectuurprincipes (2005). Een aantal jaren oud alweer, maar nog altijd onverminderd actueel.

Bestaande regels voor dagelijkse situaties; heel gewoon:

“Vraagt u zich […] eens af, wat een principe in het dagelijks leven betekent. Dat is dus het leven dat een mens min of meer ongewijzigd voert. U en ik, wij doen dat voor het grootste gedeelte allemaal. Hebt u dat, dagelijks leven! Daarvoor is een principe dan, tja, een onwrikbare regel. Kan een wet zijn, een methode enzovoort. Zo’n principe is er dus op voorhand, en u houdt zich er vervolgens letterlijk gewoon aan. Dat is meestal reuze handig. Spaart tijd, levert voorspelbaar resultaat. Maar let op, u maakt echt een reuze vergissing, wanneer u óók als architect zo over principes denkt!”

Als de dagelijkse situaties gewoon niet meer werken… Als bestaande regels geen soelaas, geen ruimte voor gewenst/gewaardeerd gedrag meer bieden… ontstaat er een Ongewone en Nieuwe situatie:

“Een architect […] is een gewoon mens in een ongewone situatie. [… Ò]ngewoon. Kenmerkend daarvoor is dat gewoontegetrouw gedrag niet langer past. Als u me de woordspeling veroorlooft, er zijn dan principieel andere principes nodig.”

Aan die ongewone situatie moet iets veranderen. Maar hoe? Met bestaande regels komen we er niet langer. Werkelijk Nieuwe zijn nodig – om nieuwe situaties straks weer gewoon het hoofd te kunnen bieden:

“Om wat voor redenen dan ook kan een mens ontevreden zijn met een situatie. Zo ontevreden, dat het maar eens moet veranderen. Bijvoorbeeld, iemand regent voortdurend nat, maar blijft liever droog. Dat probleem kan je niet altijd zelf oplossen. Dus ga je hulp zoeken om zo’n òngewone situatie te veranderen. Eigenlijk totdat er weer een gewone situatie intreedt, maar wèl anders. Zonder dat probleem. Heerlijk droog-zijn in plaats van plakkerig en koud nat-zijn. Je moet natuurlijk wel kunnen betalen. Ik bedoel, voor die hulp. En nat-zijn […] is soms ook wel fijn.”
“Wat doet de architect eraan? […] In een hele stoet van allerlei betaalde hulpverleners is het de architect, ik herhaal, de architect die zich bekommert om de nieuwe principes. Zij of hij ontwerpt primair het droog-zijn-gedràg. De architect vormt als het ware dat gedrag via voorzieningen. Met een waterdicht dak, bijvoorbeeld. Zo beschouwd is zo’n dak slechts secundair. Het is natuurlijk wel onmisbaar. Want zonder een dak kan iemand zich op een droog-zijn manier gaan gedragen wat hij wil, maar dat lukt niet. Als het dan regent, word je toch gewoon weer kletsnat.”

En als de nieuwe situatie weer werkt:

“Zodra die andere principes annex voorzieningen eenmaal gevestigd zijn, is er voor wie nu-niet-meer-nat-wordt weer sprake van gedrag van alledag. De nieuwe situatie werkt. De ene opgave van de architect zit er dan weer op. […]”

Ziet u het?

“Ongelofelijk, u heeft gelijk. Hoe kan ik u ooit bedanken? Sinds jaren zoek ik naar architectuurprincipes. Naar regels om toe te passen. Het recept. Ik moest wel diep gefrustreerd raken. Want de architect heeft geen principes om vanuit te vertrekken. Ik moet er juist mee áánkomen! Iedere keer weer.”
“Als er al architectuurprincipes zijn […] vormen ze géén startpunt voor de architect. Principes, en dan zijn het nieuwe principes voor een nieuwe situatie, zijn daarentegen het resultáát van wat de architect karakteristiek bijdraagt. Nee, de architect moet nooit gaan zoeken naar principes. Wat zij of hij eventueel vindt is per definitie òngeschikt, omdat juist situatie en gedrag niet meer sporen. De architect ontwèrpt principes.”

Wilt u meer wil weten over de visie van Pieter Wisse m.b.t. architectuurprincipes? U kunt terecht op zijn uitgebreide website. Twee directe links: Bedoelt u soms constructieprincipes?! en Architectuurcriterium.

Copyright (c) 2012 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Alle publicaties op deze site zijn gebaseerd op mijn eigen opvattingen. Ze vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten en het beleid van mijn werkgever(s).

vrijdag 25 mei 2012

Pal voor uw neus

Op 10 mei 2012 blogt Tony McCaffrey In Harvard Business Review Why We Can’t See What’s Right in Front of Us. We zien wat we vanuit eigen praktijk gewend zijn te zien. We zien wat we vanuit eigen praktijk verwachten te zien. De rest… de rest dringt niet of nauwelijks tot ons door; het staat weliswaar pal voor onze neuzen – en toch… zien we er maar zo aan voorbij. Uit McCaffrey’s blog: Wie ziet een ijsberg nu als een object dat a. niet zinkt en b. als noodplatform kan fungeren voor drenkelingen die zich in veiligheid proberen te brengen?
En als we al eens op dergelijke bijzonderheden worden gewezen… desnoods met klem… desnoods meermaals… dan nog schudden we het hoofd; we zien het niet. Soms komt het ons domweg niet uit om te zien. Soms houden we liever stug vast aan het oude en vertrouwde dat we zo goed kennen.

Pal voor uw neus wordt dag in dag uit hard gewerkt aan vele informatiesystemen annex informatieverzamelingen. Het gaat maar door. Allemaal volgens het adagium Voor Elk Probleem een Apart Systeem. Ziet u het? Als direct gevolg daarvan wordt, eveneens dagelijks, hard gewerkt aan een veelheid aan interfaces tussen die veelheid aan systemen. Ziet u het? Ja, zo zijn we dat gewend. Al sinds jaar en dag.

Pal voor uw neus ontstaan informatieduplicaten. En ook duplicaten van duplicaten van duplicaten van …. Zonder einde. Duplicaten die met grootst gemak overal terecht komen en los van elkaar volgens allerhande voorschriften worden bewerkt. Ziet u het? Als direct gevolg daarvan ontstaat – ook weer pal voor uw neus: inconsistentie. Inconsistentie die haar weerga vandaag de dag eenvoudigweg niet kent. Ziet u het? Ja, zo zijn we dat gewend. Al sinds jaar en dag.

Mag ik u eens wijzen op de manier waarop wij onze informatie organiseren? Is dat niet heel specifiek – d.w.z. steeds gericht op dat ene probleem dat nu onze aandacht-tot-oplossing vraagt? Bent u zich ervan bewust waarom u dat doet? Dat is omdat op die manier de informatie de betekenis (lees ook: waarde) krijgt die voor precies dat ene probleem van belang is. Daarom.
Mag ik u daarbij eens op een bijzonderheid wijzen? Een bijzonderheid die pal voor uw neus staat? Ja, klopt, op het gevaar af dat u niet ziet waarop ik u wil wijzen. Want wat ik u wil laten zien ligt eigenlijk zo voor de hand… voor het oprapen zeg ook maar… dat u er maar zo aan voorbij ziet en de bijzonderheid… Mist.

Mag ik u eens wijzen op de bijzonderheid dat de veelheid aan informatiehooibergen waarin wij met z’n allen steeds moeilijker nog duurzaam bruikbare/betrouwbare spelden weten te vinden… met de huidige stand van techniek… overbodig zijn geworden?

Mag ik u eens wijzen op de bijzonderheid dat wanneer u uw informatie Stelselmatig zou organiseren… d.w.z. geschikt zou maken voor duurzaam en trefzeker hergebruik door vele partijen in gevarieerde en variërende situaties… dat die manier van doen een einde zou maken aan inconsistentie… aan duplicaten van duplicaten van duplicaten van… aan die wirwar aan informatieverzamelingen… aan die wirwar aan interfaces…?

Mag ik u, met andere woorden, eens wijzen op die bijzondere en voor de hand liggende mogelijkheid van het infrastructuraliseren van uw informatieverzamelingen? Ziet u dat de kwaliteit van uw informatie daarmee met sprongen vooruit zou gaan? Ziet u dat de time-to-market van nieuwe oplossingen daarmee vele malen korter zou worden? Ziet u dat u zich op die manier erg veel geld zou besparen?

Ziet u het? Ziet u de evidente voordelen? Ze bevinden zich binnen handbereik – pal voor uw neus. Of… Mist u het… en/of houdt u (liever) vast aan (oude en vertrouwde) duplicaten, inconsistentie, geldverspilling enzovoort?

Copyright (c) 2012 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Alle publicaties op deze site zijn gebaseerd op mijn eigen opvattingen. Ze vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten en het beleid van mijn werkgever(s).

zaterdag 12 mei 2012

Ditch the Obsolete idea of Privacy

Should we ditch the idea of privacy? It’s Don Tapscot asking at Reuters. Frankly… Yes, I do think that we should ditch the current (totally obsolete) idea of privacy. And I also think that we should come up with a brand new idea of privacy.

Our current ideas of privacy are centered around several problems that arose while we gradually grew into our so-called information society. We need to come up with an idea of privacy that is centered around individual natural persons as participants in full blown information traffic.

What about this leading principle: “Person Information is Personal Property”?

Does it make sense? Does it feel natural? Information that is about Me… is Mine! Of course it is! Every natural person needs to be(come) – in principle – ‘the boss’ of his own personal information. Strong – isn’t it? Yes, indeed, it is!

There is – of course – more to say. Additional constitutional principles are necessary to reach and maintain societal trust, balance etc. For additional principles please do have a look at Person information in the information society, a manifesto.

In December 2011 the book Interoperabel Nederland came out (mainly Dutch). The third chapter of part III is titled Manifest voor informatieverkeer. Please don’t forget to have a look at appendix 2 “Grondwetherziening”. This important appendix starts with: “De Grondwet is aan herziening toe voor Nederland als een informatiemaatschappij. Hier volgt een concrete voorstel voor relevante artikelen.”

Copyright (c) 2012 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Alle publicaties op deze site zijn gebaseerd op mijn eigen opvattingen. Ze vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten en het beleid van mijn werkgever(s).

dinsdag 27 maart 2012

Van rommeltje naar stelselmatig informatieverkeer

Misschien… misschien blijft het wel altijd een rommeltje rondom informatie-uitwisseling. Ik probeer het u uit te leggen. Stel: drie partijen, A, B en C willen onderling informatie uitwisselen rondom een bepaald begrip, zeg X. Elk van de drie partijen heeft, uiteraard, een eigen idee over X. Er zijn verschillen; er zijn ook overeenkomsten in betekenis-van-X. Met een zgn. Venn-diagram [1] laat zich dat heel aanschouwelijk uittekenen:
De overeenkomst in betekenis in betekenis voor A, B en C ‘zit’ helemaal in het centrum van de drie cirkels: dat kleine ‘driehoekje’ in het midden. En de meer en mindere verschillen in betekenis-van-X ‘zitten’ keurig netjes verdeeld over de overige, omliggende partjes in het diagram.

Dan gebeurt er iets Hoogst Merkwaardigs. Die zo ordelijk samenhangende betekenisdistributie wordt alom als een… rommeltje, als onwerkbaar ervaren. En welhaast automatisch – zonder enige vorm van discussie of kritiek – wordt die zo ordelijk samenhangende betekenisdistributie weggemoffeld en zoekt men gedreven naar één uniforme betekenis-van-X.
Als dat ‘evenwichtig’ lukt, komt er een gemiddelde betekenis-van-X uit de bus die – per definitie – geen van de partijen past. Meestal is één van de partijen echter dominant en dringt haar eigen betekenis aan andere deelnemers op. En ook dat vertrekpunt is verre van ideaal voor duurzame en/of vruchtbare samenwerking.
Er zijn natuurlijk meer varianten-tot-uniformering te bedenken, maar waar het steeds op neer komt is dat betekenis van informatie… Absoluut verondersteld wordt. In alle gevallen streeft men immers naar één absolute geldige betekenis-van-X voor alle partijen. En in al die gevallen kan geen van de individuele partijen er mee werken – laat staan onderling samenwerken! Dat gebeurt in de praktijk dan ook niet. Nee, in de dagelijkse praktijk werkt iedere partij gewoon door volgens de eigen opvattingen over X. Alleen de IT-systemen werken ‘consequent’ volgens de afgesproken uniforme betekenis-van-X. En niemand die zich er druk over maakt. Niemand! Is dat niet Hoogst Merkwaardig? Ja, zelfs Verontrustend?!

En daarom… daarom denk ik dat het eigenlijk altijd wel een rommeltje zal blijven rondom informatie-uitwisseling. Of het ook anders kan/moet, vraagt u? Ja, dat kàn! En, ja, dat móet naar mijn idee ook! Hoognodig zelfs. Maar om de één of andere reden komt zo’n boodschap (nog) niemand gelegen. Ik probeer het u uit te leggen.

Laten we het aantal partijen eens fors uitbreiden: we voegen de partijen D t/m Z toe. Daarmee neemt het aantal cirkels in het Venn-diagram flink toe en wordt dat kleine vlakje – helemaal in het midden – steeds kleiner. En het duurt natuurlijk niet lang voordat het centrum helemaal leeg en betekenisloos is. Logisch: hoe meer partijen rondom X, hoe meer geldige betekenissen voor X, hoe minder volkomen overeenkomst in betekenis voor X resteert. Het aantal reële betekenisnuances (de omliggende partjes) neemt daarentegen behoorlijk toe.

Laten we dat lege centrum nu eens opvatten als de, zeg maar even, as van een fietswiel: Als de spil waaromheen alle meer en mindere verschillen in betekenis-van-X soepel ‘draaien’ en tegelijk ook hun eigen vaste plek hebben. Op die manier erkennen we voluit alle afzonderlijke, deels verschillende/overeenkomende betekenissen en houden we ze tegelijk ordelijk samenhangend bij elkaar rond die X-as. Betekenis van informatie zien we niet langer als absoluut (lees ook: uniform verdeeld over het hele fietswiel), maar als contextueel: wat X precies betekent, hangt af van haar positie in het verband van het fietswiel (het precieze partje in het Venn-diagram). Zoals we in het Venn-diagram al zagen, zo zien we ook in het fietswiel de betekenisdistributie rondom X (de X-as) ordelijk samenhangend weerspiegeld.

En het is natuurlijk zonneklaar dat waar partijen verschil in betekenis van X hanteren… ze wat die verschillen aangaat niet kunnen communiceren/samenwerken. Uitwisseling van dergelijke informatie is ronduit zinloos. Partijen kunnen alleen samenwerken – tot zinvolle uitwisseling van informatie komen – daar waar betekenis onderling overeenkomt, dus voor zover zij eenzelfde betekenis-van-X hanteren.
Het zal duidelijk zijn dat elk mogelijk samenwerkingsverband een eigen en uniek deel van de totale, ordelijk samenhangende, betekenisdistributie van X aanspreekt. Anders gezegd: elk samenwerkingsverband kent een eigen, unieke overeenkomsten/verschillen-mix m.b.t. X.

Gangbare methoden voor informatiemodellering kunnen daar niet mee uit de voeten. Logisch, want die zijn gegrond op absolute, geüniformeerde betekenis van informatie. Het is precies om die reden dat kwalitatief àndere methoden voor informatiemodellering Noodzakelijk zijn. Methoden die verschillen en overeenkomsten in betekenis – de betekenisdistributie, zeg ook maar – in één model ordelijk samenhangend tot uitdrukking kunnen brengen.

Zo’n denk- annex doe-stap, van uniform naar betekenisdistributie, zeg maar even, blijkt reuze moeilijk. Begrip, aanvaarding en vervolgens ook toepassing van zo’n kwalitatief nieuw inzicht geeft gedoe en onzekerheid. Vraag maar aan Galileï en Copernicus. Liever dan nieuw inzicht te omarmen, aarzelen we, net als de kerk destijds, en blijven we doormodderen met oude en vertrouwde ideeën annex ‘proven technology’.

En daarom… daarom denk ik dat het eigenlijk altijd wel een rommeltje zal blijven rondom informatie-uitwisseling. Maar ondertussen kàn het al wel ànders! Ik probeer het u uit te leggen.

Er bestáát ten minste één methode voor stelselmatige informatiemodellering: Metapattern [2]. Met Metapattern modelleert u elke X zodanig dat elke willekeurige partij, A tot en met Z, en elk willekeurig samenwerkingsverband van partijen onderling betekenisvol hun situationele versie van X kunnen uitwisselen. Ook bestáát er een implementatie in software voor Metapattern: Knitbits [2]. Het kàn dus al wel anders. We kùnnen al aan de slag met stelselmatige opzet van ons informatieverkeer.


Noten:
[1] Zie bijv. Wiki: http://en.wikipedia.org/wiki/Venn_diagram.
[2] Zie voor verdere doorverwijzing naar Metapattern en Knitbits bijv. de korte bijdrage op Information-Roundabout: http://information-roundabout.eu/articles/metapattern/ .

Copyright (c) 2012 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Alle publicaties op deze site zijn gebaseerd op mijn eigen opvattingen. Ze vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten en het beleid van mijn werkgever(s).

donderdag 22 maart 2012

Gezocht: methode voor informatiemodellering volgens informatierelativiteitstheorie

Ach, u kent het wel. Wat iets betekent hangt sterk af van de situatie waarin u het tegenkomt. Zo kan muis verwijzen naar een viervoetertje, naar een computerapparaatje, naar een deel van uw hand en ook wel naar een (wat) grijs/saai persoon.
Als mensen onder elkaar kunnen we ‘de boel’ qua betekenissen heel aardig uit elkaar houden. En in een voorkomend geval vragen we gewoon: “Hoe bedoelt u?” Met wat extra uitleg komen we er dan samen wel uit.
Betekenis van informatie is, iets formeler gezegd: situationeel. Wat we eigenlijk allang wisten, is ons via wetenschap – zo’n halve eeuw terug alweer – vanuit o.a. sociale psychologie aangetoond. Met Einstein in de buurt zouden we het maar zo kunnen hebben over de relativiteit van betekenis van informatie.

Tot zover deze uiterst summiere inleiding op, zeg maar even, informatierelativiteitstheorie. Laten we onze bespiegeling vervolgen en denkstap naar methoden voor informatiemodellering zetten. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen: Kent u een methode die om kan gaan met de voor ons, mensen, zo doodgewone informatierelativiteit? Anders gezegd, kent u een methode voor informatiemodellering die informatie van situationeel verschillende betekenis ordelijk samenhangend in één model weet te vatten?

Wat de zin daarvan is, vraagt u?

Goed. Laat ik beginnen met toe te geven dat informatiemodellering per aparte (probleem)situatie Common Practice is. En, klopt, per strikt aparte (probleem)situatie is betekenis van informatie niet problematisch – ook niet volgens de informatierelativiteitstheorie (zie hierboven). Het overgrote deel van de methoden voor informatiemodellering blijkt (dan ook) prima te kunnen voorzien in modellen-annex-betekenissen-per-aparte-situatie. Taalspel a la Wittgenstein. Op de schaal (bereik) van de enkele, strikt aparte toepassing is zo’n methode voor informatiemodellering wel aan de maat.

Serieuze problemen ontstaan wanneer dergelijke strikt aparte modellen annex toepassingen samen moeten gaan werken. Op die al wat ruimere schaal is interoperabiliteit domweg geboden. Op die schaal lopen meerdere taalspelen door elkaar en moeten betekenissen onderling zijn afgestemd opdat… opdat de menselijke gebruikers van al die onderscheiden toepassingen er werkelijk zinvol mee zijn ondersteund. En precies daar, al vanaf die wat ruimere schaal, de schaal van samenwerkende toepassingen… daar reiken gangbare methoden voor informatiemodellering niet ver genoeg en grijpen we ermee… mis.

Inmiddels staat onze wereld afgeladen vol met aparte èn onderling veelvuldig gekoppelde toepassingen. Met serieuze problemen – zeg ook maar. Onze traditionele maatschappij veranderde in slechts enkele decennia tijd in full blown informatiemaatschappij. En daarmee groeide het vereiste bereik voor informatieverkeer reëel door tot maar liefst maatschappelijke (en zelfs wereldwijde) schaal. En daar, op die maatschappelijke schaal, kunnen we met gangbare methoden voor informatiemodellering al helemaal niets meer beginnen. Nee, om informatieverkeer op maatschappelijks schaal betekenisvol te kunnen modelleren (en via toepassingen te faciliteren)… móet informatie volgens vele reëel verschillende situaties ordelijk samenhangend, stelselmatig zeg ook maar, in kaart kunnen worden gebracht.

Kent U een methode voor informatiemodellering die informatie van situationeel verschillende betekenis ordelijk samenhangend in één model samen weet te brengen? Een modelleringsmethode die zowel overeenkomsten als verschillen in betekenis van informatie in één klap samen in kaart brengt – zonder dat ‘de boel’ door elkaar loopt?

Noot:
Voor zover auteur van deze blog weet… bestaat er op heden één methode voor stelselmatige informatiemodellering: Metapattern.

Copyright (c) 2012 Emovere/Jan van Til - All rights reserved.
Alle publicaties op deze site zijn gebaseerd op mijn eigen opvattingen. Ze vertegenwoordigen niet noodzakelijkerwijs de standpunten en het beleid van mijn werkgever(s).